(Stemadvies): Een maatschappij die waardecreatie serieus neemt, streeft naar ‘scenius’

Vandaag kwam ik deze video tegen op Facebook, waar Rutger Bregman hem deelde met de woorden “Brian Eno over het basisinkomen – briljant.”.

Wat ik vooral briljant vindt aan deze clip is hoe Brain Eno verwoordt hoe de mensen die wij meestal aanduiden als ‘geniaal’ onderdeel zijn van een community of netwerk of gemeenschap die hen voedt. Niet omdat dat persé zo afgesproken is, maar omdat dat is hoe gemeenschappelijke interesse werkt. Ik maak of zeg iets, jij reageert erop, wij reageren op elkaar, we maken of zeggen betere en mooiere dingen en op een gegeven moment wordt één van ons door ‘de wereld’  in de spotlight gezet als de persoon die iets prachtigs gemaakt heeft.

Scenius is the creative intelligence of a community

Scenius is geen nieuwe term, er is ondertussen al veel over te vinden. Kijk maar eens bij Kevin Kelly of op Wired. De video van Brian Eno bekijkend, realiseerde ik me dat ik dat begrip van Scenius eigenlijk veel belangrijker vindt dan het begrip Basisinkomen, dat Bregman er aan hangt.

Scenius is een fundamenteler begrip, dat in mijn ogen het nastreven waard is. De term Scenius benoemt namelijk een positieve waarde van gemeenschappen. Het lijkt me een goed streven van steden, provincies en landen om een veelheid aan sceniussen (scenia?) te helpen bestaan, omdat vanuit een scenius de waardecreatie komt die zowel maatschappelijk als cultureel en economisch betekenis heeft.

Wie is de partij voor het Scenius?

Het verkiezingsgeweld rondom de Tweede Kamer verkiezingen van 2017 begint op gang te komen. Voorlopig is er weinig gezegd dat me helpt om een keuze te maken. Misschien wordt mijn keuze-selector wel scenius. Van welke politieke partij geloof ik dat zij streven naar een maatschappij die het mechanisme van scenius waardeert en stimuleert?

Aander lu, bin ook lu – je eigen blinde vlekken

https://twitter.com/realoomph/status/23768922205462528

Da’s alweer vijf jaar geleden, dat Sanne Roemen tegeltjes met spreuken zocht voor haar toilet, en ik er eentje stuurde met de spreuk ‘Aander lu, bin ook lu”. Het duurde even voor ze erachter kwam dat ik degene was die het tegeltje stuurde, lachen.

Bas van de Haterd besprak het boek De Mietjesmaatschappij, en beschrijft hoe ongemakkelijk dat voor hem was. En ik herken het. Want niet alleen zie ik om me heen hoe moeilijk mensen het vinden om om te gaan met elkaars verschillen, ik vind dat zelf ook vreselijk moeilijk.

Langzamerhand begin ik me bewust te worden van allerlei soorten vooroordelen die ik blijk te hebben ten opzichte van anderen, en merk ik dat mijn gedrag en gedachten soms sexistisch zijn bijvoorbeeld, of racistisch. Bas sluit zijn bespreking af met:

“ik voel me oncomfortabel bij het stellen van de vragen over intelligentie verschillen tussen rassen en seksen, maar het feit dat we ze niet mogen stellen betekent ook dat we er verdomd weinig nog van weten. En het feit dat we het niet weten, betekent dat als ze er zijn, we er niet op in kunnen spelen.”

En dat is het punt dat mij raakt. Voor mij is het aansluitend en aanvullend op wat Kees Klomp schrijft in dit blog:

“Er bestaan geen goede mensen, wel bewuste mensen”

Natuurlijk zou ik op onderzoek uit kunnen gaan hoe het nou komt dat ik kennelijk vooroordelen in mij heb. Zouden het mijn genen zijn? Of de opvoeding door mijn ouders? Of de omgeving waarin ik opgroeide? En dan zou ik daar boos over kunnen worden, bijvoorbeeld. Of actie gaan voeren om te proberen de dingen die niet met mijn genen te maken hebben, te proberen te veranderen.

Ik zou kunnen proberen om een definitie van goed en kwaad te maken, en mezelf te richten op het Goede, en anderen te wijzen op het Kwade. Maar dat doe ik niet.

Aander lu bin ook lu - Minimuseum Groningen

 

Ik wil gewoon proberen om bewuster te worden. Door mezelf regelmatig te herinneren aan die spreuk ‘Aander lu, bin ook lu’. En door open te staan voor meer contact met die ‘Aander lu’, want het heeft er best veel schijn van dat het nogal wat uitmaakt met wie je allemaal wel (en vooral niet) in contact komt:

“There is stronger evidence that racial isolation and less strictly economic measures of social status, namely health and intergenerational mobility, are robustly predictive of more favorable views toward Trump, and these factors predict support for him but not other Republican presidential candidates.” – Jonathan T. Rothwell, Explaining Nationalist Political Views: The Case of Donald Trump

Ik wil graag mijn steentje bijdragen aan een positievere wereld. Dat begint bij mezelf, bij het openstaan voor het feit dat we allemaal anders zijn. In geloof, in voorkeuren, in kwaliteiten en talenten. En dat juist die diversiteit ons heel veel moois kan brengen.

De hamvraag: Waarvoor ben ik op deze aarde?

Als ik het stellen van vragen tot basis wil maken van mijn activiteiten, dan luistert het nogal nauw wat die vragen zijn. In mijn vorige post gaf ik al een handvol mogelijke vragen:

  1. Wat zijn geschikte manieren om de komende eeuw de samenleving goed te laten functioneren?
  2. Zouden we iets hebben aan een onvoorwaardelijk basisinkomen?
  3. Welke rol speelt geld?
  4. Wat is het nut van landsgrenzen?
  5. Hoe kunnen we als bedrijf of organisatie waardevol zijn voor onze klanten en medewerkers?
  6. Hoe doorbreken het dwingende keurslijf van de bureaucratie?
  7. Hoe omarmen we de creativiteit van alle mensen die betrokken zijn, ongeacht of ze medewerker of klant zijn?

Het zijn allemaal interessante vragen, maar ze zijn (nog steeds) wat arbitrair. Ze komen voort uit onderwerpen waar ik me de laatste tijd mee bezig gehouden heb. Ik kan niet ontkennen dat die onderwerpen mij interesseren en raken, maar de manier waarop ze in mijn leven kwamen was evengoed wat toevallig.

Wat doe ik hier?

Er ligt een vraag onder deze vragen. En die is even simpel als angstaanjagend groot:

Welke betekenis wil ik geven aan mijn leven?

Het antwoord daarop is voor mij op dit moment twee-ledig:

  1. Ik wil bijdragen aan een positieve ontwikkeling van de maatschappij en het leven van mensen die mij dierbaar zijn;
  2. Ik wil een zo groot mogelijke vrijheid verwerven en behouden om keuzes te kunnen maken die mij helpen meer betekenis te geven aan mijn leven.

Laat ik proberen uit te leggen wat ik daarmee bedoel.

Een positieve ontwikkeling van de maatschappij

Ik zie heel veel potentie in de mensen om mij heen, en in de wereld als geheel. Ik zie ook dat heel veel van die potentie niet benut wordt. Daarom wil ik graag onderzoeken:

  • Hoe we de potentie van ieder mens de kans geven om zich zo goed mogelijk te ontplooien;
  • Welke vormen van samenwerking en samen leven bijdragen aan de autonomie en soevereiniteit van ieder mens;
  • Hoe autonome en soevereine mensen succesvol samen kunnen leven en werken?

Een zo groot mogelijke vrijheid om keuzes te maken

In mijzelf ervaar ik talloze limiterende overtuigingen, en ook in de praktische wereld om mij heen ervaar ik dat ik lang niet bij iedere keuze die ik te maken heb, in volledige vrijheid kan handelen.

  • Hoe bevrijd ik mijzelf van onnodige beperkingen;
  • Hoe waardeer ik de beperkingen die ontstaan vanuit het samen leven en werken met anderen;
  • Wat heb ik nodig;
  • Hoe creëer ik vrije ruimte om me te ontwikkelen, om te luieren, om te onderzoeken, etcetera?

Overigens: het is bepaald niet zo dat ik het gevoel heb dat ik bij al deze vragen bij nul heb te beginnen. Maar ik vermoed dat ik op allerlei vlakken op zijn best onbewust bekwaam ben, maar waarschijnlijk onbewust onbekwaam. Die aandacht die mij helpt om tot inzicht te komen, ontwikkel ik ook graag door om mezelf beter te leren kennen.

https://www.flickr.com/gp/lykle/D516T0