OK, doei Facebook!

Doei Facebook

Afgelopen week publiceerde Mark Zuckerberg, mede-oprichter van Facebook, een Manifesto over hoe hij denkt dat Facebook de wereld verder kan helpen:

the most important thing we at Facebook can do is develop the social infrastructure to give people the power to build a global community that works for all of us. – Mark Zuckerberg

Mooie doelstelling, alleen jammer dat Zuckerberg denkt dat hij dat met een commercieel bedrijf moet doen, waarvan de aandeelhouders toch vooral interesse hebben in de koers van het aandeel. Maar belangrijker nog, zoals Aral Balkan mooi beschrijft:

It is not the job of a corporation to “develop the social infrastructure for community” as Mark wants to do. Social infrastructure must belong to the commons, not to giant monopolistic corporations like Facebook. – Aral Balkan

Daarmee wil ik zeker niet zeggen dat een commercieel bedrijf geen bijdrage kan leveren aan de samenleving, maar wel dat de (sociale) infrastructuur waarin dat gebeurt niet in handen mag zijn van één bedrijf. Want (opnieuw Aral Balkan):

Facebook’s business model is to be the man in the middle; to track every move you, your family, and your friends make, to store all that information indefinitely, and continuously analyse it to understand you better in order to exploit you by manipulating you for financial and political gain.

Facebook isn’t a social network, it is a scanner that digitises human beings. It is, for all intents and purposes, the camera that captures your soul. Facebook’s business is to simulate you and to own and control your simulation, thereby owning and controlling you. – Aral Balkan

Mark Zuckerberg had applaus van me gekregen wanneer hij zijn doelstelling was opgevolgd met:”en dus gaan we volledig open source en stellen we onze infrastructuur open voor derden om direct concurrerende diensten op te ontwikkelen. Maar goed, dat zat er natuurlijk niet in.

Waarom vind ik dit belangrijk? Nou, zoals Ronald Mulder niet al te lang geleden opschreef:

Onder meer door het bestaan van schaalvoordelen leidt marktwerking vaak tot concentratie en zelfs monopolievorming  – Ronald Mulder

Hij beargumenteerde dat er tot voor kort niet veel te doen leek te zijn tegen de platform- en netwerkeffecten die tegenwoordig beschikbaar zijn voor bedrijven zoals Facebook, en brak een lans voor de invoering van blockchain-technologie om dergelijke platformen meer open te maken.

Of dat lukt, moeten we nog zien. Maar ik wacht niet langer totdat Facebook laat blijken te snappen waar haar verantwoordelijkheid echt ligt. Dus ik stap op.

Doei, Facebook!

Post Scriptum 2018-03-21

Ondertussen is een grotere groep mensen boos op Facebook. Ik citeer Aral Balkan nog maar eens in reactie:

Want to #deletefacebook?

Don’t.

1. Sign up for @MastodonProject

2. Get on @wire and/or @signalapp

3. Write up a post on Facebook telling your friends about these alternatives and that they can find you there (& on your own web site if you have one).

Then #deletefacebook 🙂

 

Aander lu, bin ook lu – je eigen blinde vlekken

Da’s alweer vijf jaar geleden, dat Sanne Roemen tegeltjes met spreuken zocht voor haar toilet, en ik er eentje stuurde met de spreuk ‘Aander lu, bin ook lu”. Het duurde even voor ze erachter kwam dat ik degene was die het tegeltje stuurde, lachen.

Bas van de Haterd besprak het boek De Mietjesmaatschappij, en beschrijft hoe ongemakkelijk dat voor hem was. En ik herken het. Want niet alleen zie ik om me heen hoe moeilijk mensen het vinden om om te gaan met elkaars verschillen, ik vind dat zelf ook vreselijk moeilijk.

Langzamerhand begin ik me bewust te worden van allerlei soorten vooroordelen die ik blijk te hebben ten opzichte van anderen, en merk ik dat mijn gedrag en gedachten soms sexistisch zijn bijvoorbeeld, of racistisch. Bas sluit zijn bespreking af met:

“ik voel me oncomfortabel bij het stellen van de vragen over intelligentie verschillen tussen rassen en seksen, maar het feit dat we ze niet mogen stellen betekent ook dat we er verdomd weinig nog van weten. En het feit dat we het niet weten, betekent dat als ze er zijn, we er niet op in kunnen spelen.”

En dat is het punt dat mij raakt. Voor mij is het aansluitend en aanvullend op wat Kees Klomp schrijft in dit blog:

“Er bestaan geen goede mensen, wel bewuste mensen”

Natuurlijk zou ik op onderzoek uit kunnen gaan hoe het nou komt dat ik kennelijk vooroordelen in mij heb. Zouden het mijn genen zijn? Of de opvoeding door mijn ouders? Of de omgeving waarin ik opgroeide? En dan zou ik daar boos over kunnen worden, bijvoorbeeld. Of actie gaan voeren om te proberen de dingen die niet met mijn genen te maken hebben, te proberen te veranderen.

Ik zou kunnen proberen om een definitie van goed en kwaad te maken, en mezelf te richten op het Goede, en anderen te wijzen op het Kwade. Maar dat doe ik niet.

Aander lu bin ook lu - Minimuseum Groningen

 

Ik wil gewoon proberen om bewuster te worden. Door mezelf regelmatig te herinneren aan die spreuk ‘Aander lu, bin ook lu’. En door open te staan voor meer contact met die ‘Aander lu’, want het heeft er best veel schijn van dat het nogal wat uitmaakt met wie je allemaal wel (en vooral niet) in contact komt:

“There is stronger evidence that racial isolation and less strictly economic measures of social status, namely health and intergenerational mobility, are robustly predictive of more favorable views toward Trump, and these factors predict support for him but not other Republican presidential candidates.” – Jonathan T. Rothwell, Explaining Nationalist Political Views: The Case of Donald Trump

Ik wil graag mijn steentje bijdragen aan een positievere wereld. Dat begint bij mezelf, bij het openstaan voor het feit dat we allemaal anders zijn. In geloof, in voorkeuren, in kwaliteiten en talenten. En dat juist die diversiteit ons heel veel moois kan brengen.

De hamvraag: Waarvoor ben ik op deze aarde?

Als ik het stellen van vragen tot basis wil maken van mijn activiteiten, dan luistert het nogal nauw wat die vragen zijn. In mijn vorige post gaf ik al een handvol mogelijke vragen:

  1. Wat zijn geschikte manieren om de komende eeuw de samenleving goed te laten functioneren?
  2. Zouden we iets hebben aan een onvoorwaardelijk basisinkomen?
  3. Welke rol speelt geld?
  4. Wat is het nut van landsgrenzen?
  5. Hoe kunnen we als bedrijf of organisatie waardevol zijn voor onze klanten en medewerkers?
  6. Hoe doorbreken het dwingende keurslijf van de bureaucratie?
  7. Hoe omarmen we de creativiteit van alle mensen die betrokken zijn, ongeacht of ze medewerker of klant zijn?

Het zijn allemaal interessante vragen, maar ze zijn (nog steeds) wat arbitrair. Ze komen voort uit onderwerpen waar ik me de laatste tijd mee bezig gehouden heb. Ik kan niet ontkennen dat die onderwerpen mij interesseren en raken, maar de manier waarop ze in mijn leven kwamen was evengoed wat toevallig.

Wat doe ik hier?

Er ligt een vraag onder deze vragen. En die is even simpel als angstaanjagend groot:

Welke betekenis wil ik geven aan mijn leven?

Het antwoord daarop is voor mij op dit moment twee-ledig:

  1. Ik wil bijdragen aan een positieve ontwikkeling van de maatschappij en het leven van mensen die mij dierbaar zijn;
  2. Ik wil een zo groot mogelijke vrijheid verwerven en behouden om keuzes te kunnen maken die mij helpen meer betekenis te geven aan mijn leven.

Laat ik proberen uit te leggen wat ik daarmee bedoel.

Een positieve ontwikkeling van de maatschappij

Ik zie heel veel potentie in de mensen om mij heen, en in de wereld als geheel. Ik zie ook dat heel veel van die potentie niet benut wordt. Daarom wil ik graag onderzoeken:

  • Hoe we de potentie van ieder mens de kans geven om zich zo goed mogelijk te ontplooien;
  • Welke vormen van samenwerking en samen leven bijdragen aan de autonomie en soevereiniteit van ieder mens;
  • Hoe autonome en soevereine mensen succesvol samen kunnen leven en werken?

Een zo groot mogelijke vrijheid om keuzes te maken

In mijzelf ervaar ik talloze limiterende overtuigingen, en ook in de praktische wereld om mij heen ervaar ik dat ik lang niet bij iedere keuze die ik te maken heb, in volledige vrijheid kan handelen.

  • Hoe bevrijd ik mijzelf van onnodige beperkingen;
  • Hoe waardeer ik de beperkingen die ontstaan vanuit het samen leven en werken met anderen;
  • Wat heb ik nodig;
  • Hoe creëer ik vrije ruimte om me te ontwikkelen, om te luieren, om te onderzoeken, etcetera?

Overigens: het is bepaald niet zo dat ik het gevoel heb dat ik bij al deze vragen bij nul heb te beginnen. Maar ik vermoed dat ik op allerlei vlakken op zijn best onbewust bekwaam ben, maar waarschijnlijk onbewust onbekwaam. Die aandacht die mij helpt om tot inzicht te komen, ontwikkel ik ook graag door om mezelf beter te leren kennen.

https://www.flickr.com/gp/lykle/D516T0