Dankjewel, Thé Lau

Ik weet niet wat liefde is en wie of het verdient
dat er over liefde wordt gesproken
misschien is wat ik weet niet meer dan dit alleen

Ik kan jou niet ongelukkig zien
ik wil jou niet ongelukkig zien
ik zal jou niet ongelukkig zien

Thé Lau – (1952-2015)

Ik zie, ik zie, ik zie niet wat jij ziet

Een paar jaar geleden zag ik ineens flitsen in mijn rechteroog. Ik snapte niet wat er gebeurde. De oogarts wel: netvliesloslating. Met een paar slim geplaatste laser-puntlasjes in mijn rechteroog werd het risico op volledige netvliesloslating bedwongen.

Enige tijd later staarde ik met alle verstand naar een verticale lijn in de muur: er zat een bobbel in. Tenminste, als ik ernaar keek wel. In het echt niet. Wederom wist de oogarts te vertellen waar dat door kwam: macula degeneratie. Dat houdt in dat precies op de plek waar het licht in je oog bij elkaar komt in de gele vlek (macula) er wildgroei van cellen optreedt en zich vochtophopingen vormen. Netto effect is dat ik met mijn rechteroog nu ongeveer dit zie wanneer ik je aankijk:

Copyright dr. V.P.T. Hoppenreijs, oogarts Deventer ziekenhuis(C) 2004-2015

Copyright dr. V.P.T. Hoppenreijs, oogarts Deventer ziekenhuis(C) 2004-2015

Best stom. Met behulp van injecties in mijn rechteroog wordt de vochtophoping bestreden, maar de oorzaak is voorlopig nog niet weg te nemen. Pappen en nathouden dus. En op basis van de ervaringen van oogartsen met deze materie is te voorspellen dat mijn linkeroog binnen een jaar of tien last van hetzelfde zou kunnen krijgen.

Gisteren zag ik ineens flitsen in mijn linkeroog. Ik kreeg zowat een hartverzakking. De oogarts bekeek het vandaag en zag nog geen scheuren of andere vormen van netvliesloslating.

Gelukkig. Maar het drukte me weer eens met mijn neus op de feiten: mijn ogen beginnen me in de steek te laten.

Niet zo verwonderlijk, overigens. Ik ben al vanaf mijn zevende flink bijziend. Dat belast mijn ogen onevenredig veel meer dan bij een niet bijziende persoon.

Omdat ik lenzen draag, en geen opvallende bril o.i.d., valt het de meeste mensen niet direct op dat mijn beeld van de wereld letterlijk aan het veranderen is. Het is een vreemde, bevreemdende en soms angstaanjagende gedachte dat ik er vanuit kan gaan dat ik al ruim voordat ik ‘oud’ ben, te kampen krijg met steeds slechter zicht.

Soms bedenk ik me dat het wellicht nog raarder is voor de mensen die ik tegenkom, die het niet aan me kunnen zien. Daarom dacht ik dat ik er maar eens over moest schrijven. Zodat zij het kunnen lezen. De (toekomstige) ironie daarvan ontgaat me niet…

Voor nu blijkt het maar weer eens superhandig dat een mens van veel zaken twee heeft. Met beide ogen open zie ik prima, en corrigeren mijn hersenen de afwijkingen goed. Maar voor later lijkt het me verstandig om nog beter te gaan luisteren.

 

Van kantelen krijg ik jeuk, maar…

Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar de afgelopen twee jaar heb ik een steeds grotere hekel gekregen aan het werkwoord “kantelen” wanneer gesproken werd over de veranderingen die onze samenleving en economie momenteel doormaken. Ik snap wel waar het woord vandaan komt, helemaal wanneer het slim geladen wordt:

“We leven niet in een tijdperk van verandering maar in een verandering van tijdperk.” – Jan Rotmans

Ik kan me daar wel in vinden. Ik heb zelf jarenlang iets vergelijkbaars geroepen toen ik de mogelijkheden en implicaties van Web2.0 en Social Media probeerde uit te leggen aan een publiek dat alleen maar hiërarchisch kon denken. Maar waar zit hem de jeuk dan?

Mijn problemen met de term kantelen zijn denk ik de volgende:

Kanteling suggereert, net als het woord veranderen, dat de vorige manier van dingen doen verkeerd is. Dat is natuurlijk onzin. We staan op de schouders van alle vooruitgang die eerder bereikt is, het is stupide om te suggereren dat alle manieren waarop dat voor elkaar gekomen is, bij het oud vuil kunnen.

Kantelen suggereert dat je de huidige boel weer (beter) werkend krijgt door er anders tegenaan te kijken en er anders mee om te gaan. Wanneer ik een schaap kantel, en het komt op zijn rug terecht, gaat het schaap echter dood. Het kan zijn organen niet zo reorganiseren dat het de kanteling kan overleven. In plaats van het schaap kantelen moet ik misschien een nieuw dier bedenken om te krijgen wat ik hebben wil. Kantelen klinkt dus te lief, te onverdacht.

En toch heb ik net ja gezegd tegen het meeschrijven aan het Kantelingsalfabet, op uitnodiging van Sabine van Baal. Omdat er natuurlijk wel écht iets aan het gebeuren is. De veranderingen die deze tijd mogelijk maakt en afdwingt zijn onvoorstelbaar groot, en kunnen daadwerkelijk invloed hebben op allerlei zaken die tot voor kort vanzelfsprekend leken. Een revolutie, dus. Daar hebben we er ondertussen overigens veel meer van gehad. Er tekent zich wel een herhalend patroon af, over de eeuwen heen gezien.

Als ik er dan een woord voor moest verzinnen, koos ik het woord kentering. Dat moment dat eb vloed wordt, en alles even in limbo is. Welke kan zal het opgaan?games for mobile